Het aantal mensen met mentale problemen neemt de laatste jaren fors toe. Meer dan een kwart van de Nederlanders loopt rond met psychisch ongemak. Eind vorig jaar kwam Katie Vlaardingerbroek met het boek Nederland therapieland. De ondertitel: Hoe beter worden ons zieker maakt, is veelzeggend.
Vlaardingerbroek schreef een onthutsend, bij tijden hilarisch, maar in de kern een ontdekkend boek. Haar pijlen richt ze vooral op wat ze de “therapiecultuur” noemt – een uitdrukking die socioloog Frank Furedi in 2003 introduceerde om de beslissende omslag naar de in het Westen alomtegenwoordige dominante gevoelscultuur te duiden. Er is sprake van een merkwaardige paradox: ons land behoort tot de meest welvarende landen ter wereld. Tegelijk werken er nergens zo veel professionals in de psychische gezondheidszorg als hier – België uitgezonderd. In wetenschappelijke literatuur hanteert men hiervoor de Engelse term vulnerability paradox – kortgezegd betekent dit dat hoe rijker en welvarender een land sociaaleconomisch is, hoe kwetsbaarder de psychische gezondheid van de mensen in dat land is.
Illustratief is de jonge vrouw die een gesprekje bij mij aanvroeg. Ze was met haar nieuwe scooter aan komen rijden. Haar dure iPhone belandde met een klap op tafel. Ze keek me aan en begon te huilen: “Dominee, ik heb zo’n beetje alles wat mijn hartje begeert; leuke opleiding, lieve ouders, vriendinnen (…), en toch voel ik me vreselijk vervelend.” Ze gebruikte in het slot van haar laatste zin overigens iets andere woorden.
"*" geeft vereiste velden aan