Waar bent u naar op zoek?

Generale synode bijeen

Israël, de PThU en het ambt

Dr. H. van den Belt
Door: Dr. H. van den Belt
Synode PKN
19-02-2026

Bij de opening las ouderling-kerkrentmeester J. Timmer uit Asperen de woorden: “Niemand die zijn hand aan de ploeg slaat en kijkt naar wat achter hem ligt, is geschikt voor het Koninkrijk van God.” Daarna zong de synode staande ‘Groot is Uw trouw, o Heer’, begeleid door ds. K. Hak uit Groot-Ammers op de piano. Dat zette de toon: onze roeping ingebed in Gods trouw.

Bestuur dienstenorganisatie

De vergadering begon met een overzicht van de reacties uit de classes op het verzoek om de reikwijdte van preekconsenten van kerkelijk werkers te verruimen. Uit de inventarisatie bleek dat daarvoor voldoende draagvlak bestaat. Ds. A.N. van de Wind (Kerkwijk) stelde echter wel de vraag of de synode daarin niet te veel ad hoc had gehandeld.

Het moderamen had de afgelopen maanden de handen vol aan de dienstenorganisatie. Tegen die achtergrond was er dankbaarheid dat een nieuw bestuurslid kon worden benoemd: mevrouw mr. H.I. Ploeg-Bouwman. Zij sprak haar dank uit voor het gebed voor de Christelijke Gereformeerde Kerken. Een mooi moment van kerkelijke verbondenheid in tijden van zorg. De begeleidingscommissie informeerde de synode – bij monde van voorzitter ouderling-kerkrentmeester J. Smit uit Wapenveld – over de voortgang van twee onderzoeken: naar werkcultuur en veiligheid binnen de dienstenorganisatie en naar de huidige organisatiestructuur (governance). Op het Landelijk Dienstencentrum in Utrecht zijn sommigen blij met het onderzoek, anderen vinden het spannend, zo blijkt uit het intensieve contact van de commissie met de ondernemingsraad.

Op het dienstencentrum zijn sommigen blij met het onderzoek, anderen vinden het spannend

Israëlreis: ontregeling en verdieping

Indrukwekkend was het agendapunt ‘terugblik bezoek Israël/Palestina’. Scriba dr. Kees van Ekris gaf samen met Wilma Wolswinkel, relatiebeheerder Israël en Palestina bij Kerk in Actie, een indringende impressie van hun reis. Er waren zo’n twintig ontmoetingen met vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap, rabbijnen, Palestijnse christenen, Messiasbelijdende Joden, de Nederlandse ambassadeur en anderen. De reis ontregelde de deelnemers, verdiepte het verdriet en maakte bescheidener. Geert de Korte, verbonden aan het Centrum voor Israëlstudies (CIS) in Jeruzalem, was overigens nauw bij de reis betrokken. Sinds mei 2025 vertegenwoordigt hij daar ook de Protestantse Kerk in Nederland. Het centrum wordt gedragen door de Christelijke Hogeschool Ede, de christelijk-gereformeerde deputaten Kerk en Israël en de GZB. Het is mooi dat deze samenwerking vruchten afwerpt. Theologie en religie kunnen een dubieuze rol spelen, als legitimatie van geweld. Maar zij kunnen ook helpen bij zelfkritiek. Volgens Omar Harami, directeur van Sabeel Jeruzalem, kijken veel Palestijnse christenen tegen westerse christenen op als tegen een grote broer. Maar deze broer kan nog veel leren van het lijden van Palestijnse christenen. In een filmpje zien we Van Ekris rondlopen in een kibboets die op 7 oktober is verwoest door Hamas. Daar hangt de zwaarte van de dood. Joden en Palestijnen zijn getraumatiseerd. In een trauma is nauwelijks ruimte voor het leed van de ander. Sommigen proberen het leed van de ander te erkennen – daar liggen mogelijkheden tot herstel. Anderen gebruiken trauma’s om het conflict te verdiepen. Veiligheid is nu belangrijker dan vrede, zo klonk het. De vernederingen die Palestijnen ervaren, staan naast de bedreiging, de existentiële onveiligheid van mensen in Israël. Gebruik je woorden als ‘genocide’? Helpt dat? Als je zulke termen gebruikt, haken Joodse gesprekspartners af. Onrecht mag niet worden verbloemd, maar grote woorden kunnen het gesprek blokkeren. “Vertel de verhalen.”

Dit artikel gratis verder lezen?
Schrijf u in voor onze nieuwsbrief en lees de volledige tekst van dit artikel.

"*" geeft vereiste velden aan

Dr. H. van den Belt
Dr. H. van den Belt

is hoogleraar Systematische theologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) en aan de Theologische Universiteit Apeldoorn (TUA).