Nederland speelt een duidelijke rol in de wereldwijde klimaatcrisis. De gevolgen daarvan komen extra hard aan in het mondiale Zuiden. Terwijl landen daar de gevolgen ondervinden van ons consumptie- en leefpatroon, groeit de roep om échte klimaatrechtvaardigheid. Dat is niet alleen cruciaal voor de mensen daar, maar minstens zo belangrijk voor ons.
Jaar na jaar slokt de Atlantische Oceaan meer kust op bij dorpen als Azuretti in Ivoorkust. Een van de vele zichtbare gevolgen van klimaatverandering. Kusterosie maakt huizen onbewoonbaar en toeristische accommodaties waardeloos. Landbouwgronden verdrinken of verzilten, en vruchtbare bodems spoelen weg. Tegelijkertijd trekken vissoorten door opwarming van het zeewater weg naar koelere gebieden verder van de kust, waardoor de lokale visserij haar inkomsten verliest.
Toestanden als in Azuretti verbinden West-Afrika met Nederland en Europa. Allereerst omdat Nederlanders – zeker de oudere generaties – de strijd tegen het water herkennen. Maar ook omdat het wijst op onze verantwoordelijkheid in productie, consumptie en stemgedrag, kortom: wereldburgerschap. In politiek Den Haag hoort klimaatrechtvaardigheid hoog op de agenda te staan.
Vormen van ongelijkheid
Mondiale klimaatverandering is en blijft een van de grootste uitdagingen van onze tijd, omdat ze drie vormen van ongelijkheid blootlegt: in oorzaken van klimaatverandering, gevolgen én de toegang tot oplossingen. Industrielanden in het mondiale Noorden zijn historisch verantwoordelijk voor het grootste deel van de uitstoot van broeikasgassen.
De 46 minst ontwikkelde landen met 1,1 miljard inwoners dragen samen minder dan 3 procent bij aan de historische uitstoot. Nederland alleen al is goed voor ongeveer 0,7 procent. Toch ondervinden landen in het mondiale Zuiden de zwaarste gevolgen. Droogte, stormen, overstromingen en ziektes treffen hen onevenredig hard, terwijl zij juist het minst in staat zijn hun bevolking te beschermen. Landen in West-Afrika beschikken niet over de middelen om hier iets tegenover te zetten in de vorm van compensatie.
Deze drievoudige ongelijkheid vraagt om rechtvaardigheid. Het Akkoord van Parijs uit 2015 was een eerste poging daartoe, met afspraken om klimaatverandering tegen te gaan en ontwikkelingslanden te ondersteunen in hun aanpak ervan. Toch liggen de meeste welvarende landen ver achter op hun beloften. Veel klimaatfinanciering vergroot zelfs de schuldenlast, omdat het merendeel bestaat uit leningen in plaats van onvoorwaardelijke giften. Nederland heeft hierin weliswaar een betere staat van dienst dan veel andere landen, maar staat niet vooraan om de steun op te schroeven tot het niveau waar landen als Benin op basis van reële behoeftes om vragen. Uit onderzoek van Follow the Money blijkt dat demissionair minister Sophie Hermans op de klimaattop in Bakoe juist inzette op een uitkomst die Nederland geen extra geld zou kosten.
China en Rusland versterken hun positie in het Zuiden
"*" geeft vereiste velden aan