Toen Jezus aan Zijn bediening begon, verliet Hij Nazareth en vestigde Zich in Kapernaüm, aan de noordkant van het Meer van Galilea. Daar riep Hij Zijn eerste discipelen, preekte in de synagoge en deed vele wonderen. Wat is er nog terug te vinden uit die tijd?
Kapernaüm is een van de meest grondig opgegraven nieuwtestamentische plaatsen. Doordat dit vissersdorp sinds de middeleeuwen niet meer bewoond werd, is veel uit de periode daarvoor bewaard gebleven. Eind negentiende eeuw kochten franciscanen het gebied om het archeologisch te onderzoeken. De opgravingen die sindsdien hebben plaatsgevonden, brachten veel aan het licht over gebeurtenissen uit het Nieuwe Testament.
Synagoge
In de Evangeliën horen we dat Jezus dikwijls onderwijs gaf in de synagoge van Kapernaüm. Daar werd dan ook het eerst naar gezocht. Er werd inderdaad een grote synagoge ontdekt, opgegraven en deels gerestaureerd. Deze stamt echter uit de vierde eeuw na Christus en was dus niet het gebouw waar Jezus preekte. Direct hieronder vonden opgravers een gebouw uit de eerste eeuw. Dit was de synagoge die door de Romeinse hoofdman was gebouwd (Luk. 7:5), waar Jezus onderwees (Mark. 1:21), wonderen verrichtte en Zijn preek hield over het Brood des levens (Joh. 6:35). De muren van de eerste synagoge zijn van zwarte basaltsteen en daardoor makkelijk te onderscheiden van de gele kalkstenen muren van de herbouw uit de vierde eeuw.
"*" geeft vereiste velden aan